01 Werken met knooppunten
Het knooppuntennetwerk bestaat uit genummerde punten die met bordjes onderling verbonden zijn. Je kiest een reeks nummers en volgt ze; onderweg kun je op elk punt besluiten om in te korten of te verlengen.
Dat laatste is de grootste winst. Wie met kinderen of met wisselend weer fietst, hoeft niet vooraf een vaste afstand vast te leggen: elk knooppunt is een beslismoment.
Noteer de reeks op papier of op het stuur. De bordjes zijn duidelijk, maar bij twijfel is het handiger om de volgende twee nummers te kennen dan om de kaart te moeten pakken.
02 De wind bepaalt de richting
In een vlak, half open landschap is wind de enige echte weerstand. De vuistregel is eenvoudig: fiets de heenweg tegen de wind in en kom terug met de wind mee. Dat is het tegenovergestelde van wat de meeste mensen spontaan doen.
Bepaal de windrichting voor vertrek en kies daarop de eerste knooppunten. Op de terugweg, wanneer de benen op zijn, scheelt dat merkbaar meer dan tien kilometer minder rijden.
In bosgebieden valt de wind grotendeels weg. Een route die de heenweg over open land legt en de terugweg door bos, verdeelt de inspanning het gelijkmatigst.
03 Wegdek en bandenkeuze
De doorgaande fietspaden zijn geasfalteerd en vlak. Binnen de bosgebieden liggen daarnaast halfverharde en zandwegen, die met een stadsfiets zwaar zijn en met bredere banden prima doen.
Wie een route uitzet die door een natuurgebied loopt, kijkt dus niet alleen naar afstand maar ook naar het type verbinding. Een korte route over los zand kost meer dan een langere over asfalt.
Na regen zijn de halfverharde paden juist beter: het zand pakt aan en rijdt vaster dan in droge weken.
04 Een route die dorp en natuur combineert
De prettigste dagtocht wisselt drie elementen af: een stuk bos, een stuk open akkerland en twee of drie dorpen. Dat levert schaduw, uitzicht en pauzeplekken op in ongeveer gelijke verhouding.
Leg de langste pauze in het dorp dat het verst weg ligt. Dan valt hij halverwege en niet aan het eind, wanneer je toch bijna terug bent. Wat er in die dorpen te zien is, staat bij de omgeving verkennen.
Reken op vijfendertig tot vijftig kilometer voor een ontspannen dag met pauzes, en op minder wanneer er kinderen meefietsen.
05 Het beste seizoen om te fietsen
Mei en september zijn de sterkste maanden: gematigde temperaturen, lange dagen en weinig kans op langdurige regen. Augustus geeft de heidebloei maar ook de meeste drukte op de fietspaden.
In de winter is fietsen hier goed mogelijk op heldere dagen, met als voordeel dat het landschap volledig open ligt. De verdeling over het jaar staat in de seizoenskalender voor de natuur.
Verder lezen
Voor dezelfde streek te voet: de hunebeddenroute in Drenthe.
Voor het landschap waar deze routes doorheen lopen: het fotoalbum.
Terug naar de rubriek blog of naar de voorpagina.