01 Welk natuurgebied past bij welke leeftijd?
De leeftijd bepaalt meer dan de afstand. Een kind van drie tot zes jaar heeft genoeg aan een korte lus met iets om te zoeken. Een kind van zes tot negen wil een doel en iets om zelf te bedienen, zoals een fiets, een loep of een kaart. Vanaf ongeveer negen jaar werkt de spanning van wild dat je misschien te zien krijgt, en mag een route langer zijn zolang er onderweg iets gebeurt.
Voor de jongste groep zijn er de kabouterpaden van Staatsbosbeheer, kort en vol kleine opdrachten. Het kabouterpad in het Bentwoud bij Zoetermeer is bedoeld voor kinderen van drie tot zes jaar en meet 1.200 meter. Zo'n route vraagt geen groot nationaal park, wel een terrein met een duidelijk begin en een duidelijk eind.
Voor de middengroep tellen de grote gebieden met een bezoekerscentrum, omdat daar verhaal en route samenkomen. Voor de oudste groep zijn de gebieden met grote dieren of veel water het sterkst: een fluisterboot door de kreken van de Biesbosch of een wandeling langs de wisenten in de duinen bij Haarlem. Hoe je zo'n dag opbouwt, van de eerste pauze tot het moment waarop niemand meer wil lopen, staat in een natuurdag met kinderen plannen.
| Gebied | Provincie | Startpunt | Wat kinderen er doen | Let op |
|---|---|---|---|---|
| De Hoge Veluwe | Gelderland | Ingangen Otterlo, Hoenderloo en Schaarsbergen | Gratis Witte Fietsen, Museonder | Entree betaald, kind tot 6 jaar gratis |
| Dwingelderveld | Drenthe | Bezoekerscentrum in Ruinen | Speelnatuur, vennen, schaapskudde | Adders op de heide |
| De Biesbosch | Noord-Brabant en Zuid-Holland | Biesbosch MuseumEiland in Werkendam | Fluisterboot, speurtocht, bevers | Bevertochten alleen van mei tot en met september |
| Zuid-Kennemerland | Noord-Holland | Bezoekerscentrum De Kennemerduinen | Wisenten op afstand, duinmeren | Wisentenpad open van 1 september tot 1 maart, geen honden |
02 Waarom een bezoekerscentrum het beste startpunt is
Met kinderen is het begin van de dag het kwetsbaarste moment. Een bezoekerscentrum lost daar veel van op: er hangt een kaart, er is meestal een toilet, er beginnen routes die op maat zijn uitgezet en er valt al iets te zien voordat de eerste stap buiten is gezet. Wie daar begint, hoeft onderweg minder te improviseren.
Het verschil zit in wat er naast het gebouw ligt. Bij het bezoekerscentrum van het Dwingelderveld in Ruinen ligt de speelnatuur van OERRR, het jeugdprogramma van Natuurmonumenten. Op de Hoge Veluwe ligt het Museonder in het midden van het park, met een informatiebalie waar je routes en huurfietsen regelt. In de Biesbosch begint een bezoek vaak bij het Biesbosch MuseumEiland in Werkendam, waar ook de rondvaarten vertrekken.
Een bezoekerscentrum is ook de plek om de regels van die dag te horen. Een pad dat in het broedseizoen dicht is, een terrein waar honden niet mogen of een plek waar spelen buiten het pad wel kan: het staat op de borden bij de ingang, en de medewerkers weten wat er die week speelt.
03 De Hoge Veluwe: fietsen en een museum onder de grond
Het Nationale Park De Hoge Veluwe is voor gezinnen met kinderen tussen zes en twaalf jaar een van de makkelijkste grote natuurgebieden van het land, omdat de afstand er geen probleem hoeft te zijn. Bij elke ingang staan Witte Fietsen die iedere bezoeker gratis mag gebruiken, ongeveer 2.000 in totaal. Er zijn Witte Fietsen in kindermaat, zonder zijwieltjes, en de fietsen voor volwassenen hebben een kinderzitje voor de kleinsten.
In het midden van het park ligt het Museonder, een gratis museum over alles wat onder de grond leeft en vroeger leefde. Kinderen zien er het complete wortelstelsel van een boom van 135 jaar oud, stenen die hun herkomst vertellen als je er je hand op legt, een waterlaboratorium en botten van dieren die al duizenden jaren zijn uitgestorven. Het is de plek voor het uur waarin het buiten regent of de benen op zijn.
De Hoge Veluwe is een particuliere organisatie en vraagt daarom entree. In 2026 is een kind tot zes jaar gratis, betaalt een kind van zes tot dertien jaar 6,95 euro en een bezoeker vanaf dertien jaar 13,85 euro. Wie met de auto het park in rijdt, betaalt daarvoor 9,80 euro; parkeren buiten de ingangen kost 4,90 euro. Voor 2027 zijn de tarieven al iets hoger vastgesteld.
Een Witte Fiets kun je niet reserveren en niet op slot zetten: wie hem in een stalling zet, geeft hem vrij voor de volgende bezoeker. Op drukke dagen kan een stalling dus leeg zijn. Wie met jonge kinderen zeker wil zijn van een fiets, reserveert een blauwe huurfiets.
04 Dwingelderveld en Drents-Friese Wold: heide, vennen en schapen
Nationaal Park Dwingelderveld in Drenthe is het grootste natte heidegebied van West-Europa. Het park beslaat 3.700 hectare met heide, bos, jeneverbesbosjes, stuifzand en ruim veertig vennen. Voor kinderen is het een landschap waarin altijd iets gebeurt: een ven met kikkers en libellen, een vogelkijkhut, en rond Ruinen de schaapskudde met haar herder.
Het bezoekerscentrum aan de Benderse in Ruinen is het logische vertrekpunt. Er ligt speelnatuur waar kinderen mogen klimmen en kliederen, en er begint een wandelroute van bijna vijf kilometer langs de oude es, over natte heide en door het bos. Op het Kloosterveld achter het bezoekerscentrum heb je in de winter laarzen nodig; in de zomer staat het er vaak droog.
Op het Dwingelderveld leven alle drie de Nederlandse slangensoorten, waaronder de adder, de enige giftige slang van Nederland. Een adder bijt alleen uit zelfverdediging, meestal wanneer iemand hem oppakt of per ongeluk aanraakt. De regel voor kinderen is daarom eenvoudig: een slang bekijk je, je raakt hem niet aan. Na een beet is altijd medische hulp nodig.
Wie liever stuifzand en een beekdal heeft, vindt die ten westen van het Dwingelderveld, op de grens met Friesland. Daar wisselen naaldbos, loofbos, zandverstuiving en het dal van de Vledder Aa elkaar snel af, wat een korte lus voor kinderen afwisselend houdt. De route en de valkuilen van het losse zand staan bij wandelen in het Drents-Friese Wold.
05 Bevers en wisenten: de Biesbosch en Zuid-Kennemerland

De Biesbosch is een zoetwatergetijdengebied dat ontstond na de Sint-Elisabethsvloed van 1421. Voor kinderen is het vooral een gebied om vanaf het water te bekijken. Vanaf het Biesbosch MuseumEiland in Werkendam varen fluisterboten door smalle kreken, en bij zo'n tocht is de toegang tot het museum inbegrepen. In het museum zelf is er een speurtocht voor kinderen tot en met twaalf jaar, en een speurtocht met een uv-lamp naar aanwijzingen die alleen in dat licht zichtbaar worden.
De bever is het dier waarvoor kinderen naar de Biesbosch komen. Sinds in 1988 de eerste bevers weer werden uitgezet, is de populatie volgens het museum gegroeid tot zo'n 300 dieren met 86 burchten bij de laatste telling. De bevertochten varen van mei tot en met september in de avond en duren ongeveer tweeënhalf uur, wat ze beter geschikt maakt voor oudere kinderen dan voor peuters.
In Nationaal Park Zuid-Kennemerland leven sinds 2007 wisenten in het Kraansvlak, het eerste natuurgebied in Nederland met wilde wisenten. Van 1 september tot 1 maart is het Wisentenpad open: een voetspoor van ongeveer drie kilometer, gemarkeerd met paaltjes met een gele kop en deels over rul zand. Honden mogen er niet in, ook niet aangelijnd, en hardlopen is niet toegestaan.
De belangrijkste afspraak voor kinderen is afstand: minstens vijftig meter van de wisenten en vijfentwintig meter van andere grote grazers zoals de koniks en Schotse hooglanders die er ook lopen. Liggen de dieren op het pad of komen ze naar je toe, dan keer je om of loop je met een grote boog om de kudde heen. Wie dat vooraf met kinderen afspreekt, maakt van de wandeling een les in kijken.
06 Mag een kind in een natuurgebied van het pad af?
Meestal niet. De meeste gebieden van Staatsbosbeheer zijn open van zonsopgang tot zonsondergang en alleen toegankelijk op wegen en paden. In sommige gebieden gelden andere regels of zijn er plekken waar je buiten de paden mag. Dat staat op de toegangsborden bij de ingang, en die borden gaan voor wat een kaart of een app zegt.
Voor kinderen is dat een lastige regel, omdat juist het struinen het leukst is. Daarom bestaan er plekken waar het wel mag: speelnatuur bij de bezoekerscentra, speelbossen aan de rand van de grotere gebieden en struingebieden die als zodanig zijn aangegeven. Wie van het pad af wil, zoekt dus zo'n plek op in plaats van een stuk heide. Wat een speelbos onderscheidt van gewoon bos, staat in speelbossen in Nederland.
De Buitencode, een gezamenlijk initiatief van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en LandschappenNL met onder meer wandel-, wieler- en paardensportorganisaties, telt vijf regels die een kind van zes kan onthouden: maak geen lawaai en neem je afval mee, houd je aan de toegangsregels, geef elkaar de ruimte, groet vriendelijk en spreek elkaar aan op gedrag. De tweede regel weegt het zwaarst, omdat op de borden staat welk pad voor wie bedoeld is.
07 Waar let je op na een dag in de natuur?
Op teken, en bij kinderen op andere plekken dan bij volwassenen. Uit onderzoek via Tekenradar.nl, dat het RIVM in 2021 bekendmaakte, bleek dat teken bij kinderen veel vaker in hoofd en nek bijten: 32 procent van alle beten, tegen 3 procent bij volwassenen. Bij volwassenen zit de teek juist vaker op de benen.
Controleer daarom aan het eind van de dag de haargrens in de nek, de plek achter de oren en het hoofd zelf, en daarnaast de liezen, oksels en knieholtes. Een teek is klein, één tot drie millimeter, en lijkt vlak na de beet op een zwart puntje. Haal hem zo snel mogelijk weg met een spits pincet of een tekenverwijderaar, en kijk daarna de rest van het lichaam na: teken komen zelden alleen. De volledige aanwijzingen staan bij het RIVM over controleren op tekenbeten.
De rest van de uitrusting is eenvoudig: laarzen voor het natte deel, een droge set kleding in de auto of in het huis, en meer drinken dan je voor volwassenen zou meenemen. Een verrekijker en een loep doen voor kinderen meer dan een rugzak vol speelgoed.
08 Drie vragen die ouders vaak stellen
Zijn natuurgebieden in Nederland gratis te bezoeken?
De meeste gebieden van Staatsbosbeheer zijn vrij te bezoeken op wegen en paden. Het Nationale Park De Hoge Veluwe is een uitzondering: het park is een particuliere organisatie en vraagt entree, al zijn kinderen tot zes jaar er gratis. Voor rondvaarten, kabouterpaden en excursies met een gids betaal je meestal apart.
Welk natuurgebied is geschikt voor een peuter?
Een klein terrein met een korte lus werkt beter dan een groot nationaal park. Kabouterpaden zijn gemaakt voor de jongste kinderen; dat in het Bentwoud is bedoeld voor drie tot zes jaar en 1.200 meter lang. Speelnatuur bij een bezoekerscentrum geeft daarna een plek om te spelen, en op de Hoge Veluwe kan een peuter in het kinderzitje van een Witte Fiets mee.
Kan de hond mee naar een natuurgebied met kinderen?
Vaak wel, aangelijnd en op de paden, maar niet overal. Op het Wisentenpad in Zuid-Kennemerland zijn honden niet toegestaan, ook niet aan de lijn, en in speelbossen verschilt de regel per beheerder. Wie met hond en kinderen reist, plant de dag dus rond die regels.
Verder lezen
Wie met kinderen en een hond tegelijk op pad gaat, vindt de regels voor tuin, terrein en losloopgebieden bij een vakantiehuis met hond.
De routes en de beste uren op de rest van de Veluwe staan in wandelen op de Veluwe.
Terug naar de rubriek met kinderen of naar de voorpagina.